top of page

AANKOMENDE EVENEMENTEN

  • Shibari Meets Tantra
    Shibari Meets Tantra
    Nog 14 dagen tot het evenement
    za 07 nov
    Amsterdam
    07 nov 2026, 12:00 – 22:30
    Amsterdam
    Een co-creatie met Michael Bentein (Picture by: Martin Wallen)
  • Sexsibility Brasil
    Sexsibility Brasil
    Nog 25 dagen tot het evenement
    wo 18 nov
    São Paulo - Brazilië
    18 nov 2026, 15:00 – 23 nov 2026, 15:00
    São Paulo - Brazilië
    Christina faciliteert verschillende workshops op dit festival: Vulva Power, Turn On your sex, My Voice Your Desire en Slow Roping, Sexercise.
  • Psilocybine Truffel Ceremonie
    Psilocybine Truffel Ceremonie
    4 tickets left
    Nog 83 dagen tot het evenement
    vr 15 jan
    15 jan 2027, 10:00 – 20:00
    Amsterdam
    Deze innerlijke reis kan je nieuwe inzichten geven die mogelijk de deur opent naar nieuwe stappen in je leven. Intieme groep van max. 8 deelnemers Level 1 🌶️
  • Bind Me Los
    Bind Me Los
    Nog 90 dagen tot het evenement
    vr 22 jan
    Bergen op Zoom
    22 jan 2027, 18:00 – 24 jan 2027, 17:00
    Bergen op Zoom
    Een co-creatie met Michael Bentein
  • Tantric Joy Festival
    Tantric Joy Festival
    Nog 235 dagen tot het evenement
    wo 16 jun
    16 jun 2027, 11:00 – 20 jun 2027, 16:00
    Zeewolde, Wielseweg 9, 3896 MB Zeewolde, Netherlands
    (Picture by Goddess Photograpy)
  • Sexsibility Sweden
    Sexsibility Sweden
    Nog 283 dagen tot het evenement
    di 03 aug
    Ängsbacka Sweden
    03 aug 2027, 15:00 – 08 aug 2027, 22:00
    Ängsbacka Sweden
    3 aug t/m 8 aug 2026 Christina faciliteert verschillende workshops op dit festival.

Kutnieuws

Foto van schrijver: Christina Oud
Christina Oud
25 sep
12 minuten om te lezen

En dan, midden in je flow, staat je wereld stil. Alles wat je kende vervaagt, want daar is het: het knobbeltje, de verharding, de verandering in je borst waar je verhalen over hoort en films over ziet, maar waar jij altijd aan bent ontsprongen.


Nee… dit is geen zielig verhaal. Maar wel eentje dat jou ook kan overkomen.


Maandagochtend, na een retreat Bind Me Los waar ik keihard had gewerkt en alles in dienst had gesteld van de groep en de ontwikkeling van de mensen, werd ik wakker met een druk, een stuwend gevoel achter mijn linker tepel.


Hé, dit gevoel ken ik. Het is lang geleden, mijn zoon is inmiddels zeventien. Het leek op stuwing van de borstvoeding.


Hier had ik geen tijd voor. Het zal wel goed komen.


Met mijn wolkenhoofd probeerde ik te vertragen en mijn dippie-dag na een retreat of festival begon. Na een wandeling in het bos, waar ik hardop de boel weer een beetje probeerde te ordenen in mijn hoofd, was de pijn er nog steeds.


En toen, op het meest ongunstige moment van die labiele dippie-dag, sloeg het in.


Wat nou als het iets ergs is?


Wat nou als ik het heb?


Eén op de zeven vrouwen krijgt borstkanker. Dus waarom ik niet?


Maar nee, schreeuwde het in mijn hoofd. Ik ben in onderhandeling met een tv-programma. Ik geef tantra- en shibari-retreats. Ik ga een maand naar Brazilië. Mijn carrière als intimiteitscoach begint net te lopen. Mijn podcast STEAM wordt steeds meer beluisterd. Mijn zoon doet het goed op school en heeft puberstreken, maar hé, hij gaat lekker.


En dan nu ga ik dood?


Nee hoor. Dit zou ik niet laten gebeuren.


Van alles spookte door mijn hoofd. Angst. Ik in de koude grond? Nee, dat was sowieso geen goed idee. Sauna daar houd ik van, dus een crematie moest het worden.


Ho ho ho ho ho.


Zullen we de huisarts niet even afwachten?


De avond was vol tranen. Ik zei het voluit:


Ik ben bang.


Bang voor pijn. Bang voor wat er zou komen.


De huisarts zou morgen gewoon zeggen dat er niets mis was en dan zou ik haar, tegen alle protocollen in, een dikke knuffel geven. En phoeee, wat zou ik blij zijn.


Zo zou het gaan.


De dokter werd om 08.00 uur gebeld en ik zat er om 10.00 uur. Het eerste wat ik zei:


Ik ben bang. En jij moet kijken. Wat zie je?


Het onderzoek startte en de dokter kon niet met zekerheid zeggen dat de verdikking die ze voelde goedaardig was.


Ze stuurde me door.


Nee hoor. Dit is niet hoe het zou gaan.


Jij zou nu zeggen dat het allemaal goed kwam en dat ik nog heel oud zou worden. Zeker omdat ik niet rook en niet drink. Zo zou het gaan.


De knuffel kreeg ze ook niet.


Ik ging in overlevingsmodus en werd uitermate serieus en slagvaardig.


Welk ziekenhuis was het snelst? Want ik wil NU. En wel NU van die onzekerheid af.


Geduld is nooit mijn sterkste kant geweest en zeker niet als ik er onrustig van word in mijn hoofd.


BovenIJ of AVL?


Tja. Als het dan wat is, dan zit je maar gelijk in het beste kankercentrum dat er is.


Nou prima. Dan die.


En daar ging ik als een zombie mijn auto in.


Ik zou gebeld worden en daar kon ik het mee doen. Natuurlijk vertelde de dokter erbij dat ze geen reden zag tot paniek, maar dat ze het niet zeker wist.


Alles viel weg.


De komende verbouwing. Gedoe met papieren. Andere futiele zaken die ervoor zorgen dat je hoofd bezig blijft met dingen die er eigenlijk niet toe doen.


De rest van de dag was een waas.


Ik moest naar het AVL. Niet voor mijn moeder. Niet voor bezoek.


Voor mezelf.


Van soms huilen naar strijdbaar verliep de dag.


Ik gaf een Yin-class waarin ik de mensen vroeg om liefde te sturen naar het plekje in hun lichaam dat extra aandacht nodig had.


In gedachten stuurde ik de zwelling de laan uit.


Weg. Weg van mij. Zeg, wat moet je daar?


Was het dan toch al die microplastics? Of die paar jaar dat ik in een grijs verleden had gerookt?


Was het karma omdat ik mijn afval niet scheid?


Ik weet het.


Het was die keer, dertig jaar geleden, dat ik iets met een getrouwde man had.


Dat was het.


Die vrouw van hem was er natuurlijk achter gekomen, had ondertussen een lijntje met God en was nu in de Heer. Ze had extra krachten verzameld en net als Scarlett Johansson in de nieuwe Marvel-film had ze mij die verdikking bezorgd.


Dat moest het zijn.


Dit klonk logisch.


En die Scarlett Johansson, die heeft nooit wat. Niemand heeft ooit iets. Alleen ik.


Oké, Sylvie Meis had dan wel een keer iets gehad, maar daar was ze natuurlijk ook weer van hersteld. En als je zo knap bent en goed bent in talen, dan moet er toch ook wel eens iets niet goed gaan.


Mijn hoofd draaide overuren en ik was ver weg van mijn gecenterde zelf.


Woensdag 06.30 uur trainde ik met mijn trainingsmaat en maakte ik grapjes om ermee om te kunnen gaan.


Wel had ik me daar in de Basic-Fit gelijk voorgenomen: als het iets zou zijn, dan zou ik doortrainen.


Ik zou zolang het ging naar de gym blijven slepen.


Desnoods een bicepscurl met twee kilo.


Maar ik zou blijven trainen.


Want ik moest me toch ergens aan vast kunnen houden.


De nieuwe iPhone 17 Pro schafte ik ook aan. Want ik moest natuurlijk wel knappe foto's kunnen maken van die laatste periode.


En weet je wat?


Ik koop ook alles bij de Lidl zonder op de prijs te letten.


Zodat ik me nergens zorgen over hoefde te maken.


Op de planning stond het transcriberen van de podcast STEAM met Linda van den Boom.


Het lukte me niet.


Elke minuut was een kwelling.


Waarom zou ik het nog doen?


De avond kwam en ik durfde niet naar bed.


Ik viel in slaap op de bank en sleepte me, nadat de laptop met een stom Willy Wonka-spelletjesprogramma van mijn schoot was gevallen, naar bed.


Ik sliep.


En werd wakker terwijl het donker was.


De dag was begonnen.


Ik werd opnieuw bang.


Maar hield mezelf voor:


Als het niet bevestigd is, dan is het er nog niet.


Dat werkt ook de andere kant op.


Op dit moment ben ik in gesprek met een tv-zender voor een programma. Maar hé, als ik nog geen JA heb, als het dus nog niet bevestigd is, dan ben ik het dus nog niet geworden.


Ik veegde mijn huis.


Woog mezelf.


Noteerde dit in het sheet.


Dronk thee.


Ik werd banger.


Ik zou dit alleen gaan doen.


Ik zou naar dat ziekenhuis toe gaan en de rust zelve zijn.


Ik was de yogadocent en de public speaker die anderen zou helpen.


Dat zou ik zijn.


Ik werd bang.


Mijn BFF nam niet op.


Nog een keer bellen.


Dit is belangrijk en ik heb je nu nodig.


Appje dan maar.


“Patries, ik moet naar het AVL en ik ben bang.”


Patries:


“Nou, ik had je liever met ander nieuws gehoord.”


Ik:


“Ja, wat dacht je van mij. Ik vertel je ook liever dat ik net door acht brandweermannen uit elkaar ben getrokken, maar ja, dat is niet zo hè.”


De tranen stroomden en de grappen werden gemaakt.


Net als in de gym, waar ik wel gespierd de chemo in zou gaan, had ik er nu ook nog wel een paar die mijn angst minder zouden moeten maken.


Het werd later.


De hond moest er nog uit.


De roze legging.


Het rokje met Dora erop.


Mijn leren jasje.


Alles moest ervoor zorgen dat ik jeugdig en stoer was.


Jonge en stoere mensen krijgen geen borstkanker.


Zo is het.


Ik reed weg.


Het AVL kwam dichterbij.


Gelukkig miste ik een afslag.


Dan zou de wereld er opeens anders uit komen te zien en was ik gered.


Ik zou wakker worden uit deze dimensie en getransporteerd worden naar een wereld waar deze angst niet bestond.


Ik kwam toch aan op de Plesmanlaan.


De parkeergarage in.


Op naar de hoofdingang.


Receptie.


Ik zoek niet. Ik kijk niet in een mail. Ik vraag.


Dat ben ik.


De jonge man achter de balie veranderde van blik toen ik mijn geboortedatum gaf.


U moet bij vroegdiagnostiek zijn.


Het werd van open naar meelijwekkend naar sterkte naar:


Goh, zonde zeg. Zo jong en dan al afgeschreven.


Houd op met die blik, motherfucker.


Ik ben nog niet dood hoor.


Recht tegenover de hoofdingang was de speciale afdeling vroegdiagnostiek.


Hier was het stil en sereen.


Hier gebeurden belangrijke dingen.


Aan de balie hield ik mijn zonnebril op en werd er van alles gecontroleerd.


Of ik instemde met een extra onderzoek voor een studie.


Als het geen pijn deed en geen extra tijd kostte, was het oké.


Mijn beelden, bloed en weefsel. Of ze die mochten gebruiken.


Prima.


Wat is dat voor gekakel naast mij?


Ik kon me niet concentreren.


De medewerkster vroeg aan haar collega:


“Anita, kan het wat zachter?”


Anita hoorde niets en was druk met een man die wel niet voor borstkanker zou komen. Hij leek ook niet zenuwachtig, maar maakte veel herrie.


“ANITA.”


Ik zei het beslist en dwingend.


“Ik ben op van de zenuwen, please zeg!”


Anita luisterde.


Er was rust.


Ik mocht gaan zitten.


Ik had niets gegeten en nu ik er was wilde ik van de spanning eten.


Een appel.


Walnoten.


Eén hapje van de appel later riep een kordate meneer met grijs haar en een bril mijn naam.


Appel mee.


Appel op het plankje.


Daar stond ik in een ruimte met een spaceship-achtig ding waar ik tegenaan moest gaan staan en niet mocht bewegen.


Het viel me mee.


Mijn borsten werden voor even pannenkoeken zo plat en dat hij me met zijn arm en bovenlichaam in de juiste positie duwde was geen punt voor mij.


Ik begrijp hem.


Het is niet makkelijk om mensen in de juiste positie te laten plaatsnemen.


Een beetje naar links.


Het steekt nogal nauw.


Ik deed precies wat hij zei.


Mijn zielenheil hing ervan af.


Uiterst geconcentreerd werden de foto's gemaakt.


“En? En? Ziet u al iets?”


“Ik kan u alleen zeggen dat de foto's zijn gelukt.”


Ah.


Oké.


Tja.


Er viel niets los te peuteren bij deze man.


Terug naar het bankje.


Muziek in mijn oren.


Leuke filmpjes kijken op Insta.


Iets waar je om moest lachen.


En toen maar even proberen te werken op het vrije netwerk.


Dat lukte niet.


Transcriberen terwijl je wacht op je echo?


Nee.


Het ging niet.


De meditatie nog maar even wat harder.


Want ik wil niets horen van al die mensen die hier zijn.


“Mevrouw Oud.”


“Mevrouw Oud, klonk het nog een keer?”


Yes.


Dat ben ik.


Op naar de echo.


En ja hoor.


Weer de bovenkleding uit.


En nu liggen.


Een tv'tje.


Het ruisen van het apparaat.


De laatste keer dat ik zo lag had ik een baby in mijn buik en ging ze met dat ding over mijn buik.


Alles was toen voor de baby geweest.


Zou de baby goed groeien?


Gezond?


Dat was nu zeventien jaar geleden.


Het meisje van het studieonderzoek deed alles volgens de regels en ging over mijn borst met een soort deegrollertje.


Ik keek op haar scherm.


Toch eens vragen.


Zou zij wat zien?


Ook zij liet zich niet verleiden tot uitspraken waar ik me beter door zou gaan voelen.


En dan is daar de radioloog.


Je ziet het aan de houding.


Je hoort het aan de voetstappen.


Hier zijn de mensen van het goede of slechte nieuws.


Handen geven doen ze al jaren niet meer.


Dit soort specialisten waren altijd ouder.


Mensen waar je U tegen zei.


En nu was deze vrouw net zo oud als ik.


Ze ging kijken.


Eerst de gel.


Toen over de borst.


Kundig.


Heel kundig.


En daar kwamen de eerste piepjes.


Ze was iets aan het meten.


Nog één.


En nog één.


“Zeg, meet je nu niet hetzelfde?”


Wilde ik zeggen.


Christina, die vrouw zal wel weten wat ze meet.


Er kwam zelfs een liniaal bij kijken.


“Mevrouw, de doktersassistente, wil je even mijn hand vasthouden?”


Gelukkig kon ze niet tegelijk met de kastjes klooien en mijn hand vasthouden.


De warme, zachte hand maakte dat ik minder zenuwachtig werd.


Het rollen en meten ging door.


“Is het slecht?”


De tranen liepen over mijn wangen.


Waarom zei ze nou niks?


“Mevrouw…”


Nou.


Als ze beginnen met mevrouw, is het nooit goed.


“Mevrouw, ik leg u na het onderzoek uit wat ik gezien heb.”


Ja zeg.


Je doet dit werk al superlang.


Je kunt toch wel iets zeggen?


Dit is zenuwslopend.


Alleen dat stukje.


“Dit is zenuwslopend.”


Dat sprak ik hardop uit.


Het onderzoek was klaar.


De uitleg begon.


“Ik heb wat spierweef…”


STOP.


“Jij gaat mij nu eerst even vertellen: is het goed of slecht? Eerst dat. Want anders kan ik niet denken!”


De radioloog zei iets in de trant van:


“Ik heb geen reden om aan te nemen dat het slecht is.”


Of iets in die strekking.


“Moment. Wilt u dat nog een keer herhalen?”


Dat deed ze.


En toen begon ik te huilen.


“Wat was het dan?”


Het waren opgezette klieren door een fluctuerende hormoonspiegel.


“Komt het misschien door de creatine die ik nu sinds kort neem?”


Dat wist ze niet.


“Dus het is goed?”


“Ik geloof van wel.”


“Geloof je dat of weet je dat?”


Ja luister.


Jij hebt die witte jas aan.


Dus ik wil een duidelijk antwoord.


Geloven doe je in de kerk.


Ik wil zekerheid.


“Kijk, zeker weten doe ik het niet helemaal, maar ik heb geen reden om aan te nemen dat er iets afwijkends aan de hand is.”


Nou.


Daar doe ik het voor.


De dokter ging.


Ik kletste nog wat met de assistente en kleedde me aan.


Want al die tijd had ik topless daar in die kamer gezeten en gelopen.


En ja, die handdoek had ik af gegooid.


Ik ging naar buiten.


Spreidde mijn armen in de lucht.


Gooide mijn been boven de balie uit.


En was zichtbaar blij.


Ik vergat niet om “sterkte” te zeggen tegen een ouder stel dat in de wachtkamer zat.


Ik stond buiten.


En ik was gezond.


Ik zou niet doodgaan.


nog niet.


En toen kwam de spanning eruit.


Ik huilde.


Ik huilde met van die uithalen.


Ik ging op een bankje zitten, mijn hoofd in mijn handen.


En het kon me niets schelen wie er voorbij liep.


Dit was mijn spanning.


Mijn verdriet.


Een dame die ik binnen had zien zitten kwam naar me toe.


“Heb je slecht nieuws gehad?”


Ik zei, tussen het snikken door:


“nee.”


Maar ik bleef huilen.


“Nou, dan mag je de Heere danken.”


Nou.


Dan weet je dat je met een professional te maken hebt als ze geen god maar de heere zeggen.


Ik keek in haar grijsblauwe ogen.


Naar haar gebloemde blouse.


Naar haar groene rok.


En ik zag dezelfde angst.


Maar van een hele andere vrouw.


“En jij dan?”


Want jij zat daar toch ook?


Bij haar moesten ze nog een biopt nemen en dan duurde het nog een week.


Oh vrouw.


Wat naar.


Jezus was haar redder.


En zij gaf zich over aan Jezus.


En daar, op dat bankje in de zon, begonnen we te praten.


Niet over kanker.


Niet alleen.


We praatten over haar passie voor Jezus.


En ik vertelde over mijn passie als Pussy Pastoor.


Over seksualiteit.


Over de clitoris.


Dat God die toch ook gemaakt had.


En dat het, als je het mij vraagt, een heel belangrijk onderdeel van je lichaam is.


Ze gaf me twee boekjes.


Om Jezus een plekje in mijn leven te geven.


Of eigenlijk: om me over te geven aan Jezus.


Ik gaf haar mijn visitekaartje.


En twee flyers voor Vulva Power op 2 oktober.


“Vrouw, dan kom jij gezellig met andere vrouwen je goddelijke seksualiteit ontdekken.”


En de andere flyer?


Die kon ze dan mooi ophangen in de pastorie, stelde ik voor.


We waren het erover eens dat het belangrijk is om je geliefd te voelen.


En daar zaten we.


Twee totaal verschillende vrouwen.


Met totaal verschillende manieren om met angst, liefde en het leven om te gaan.


Maar allebei op datzelfde bankje.


In de zon.


Ik zal deze vrouw waarschijnlijk nooit meer tegenkomen.


Maar wat wens ik haar liefde en sterkte in haar proces.


Wat me wel opviel, was hoe streng ze voor zichzelf was.


Ze had het gevoel dat ze niet genoeg had gedaan voor de liefde van Jezus.


Tja.


Ik vond het toch best veel hoor.


Zij zorgde voor de kinderen.


Gaf thuisonderwijs.


Regelde alles.


En die man van haar kookte alleen op zondag.


Tuurlijk was hij de beste man van de wereld.


En om de zin vertelde ze hoe dankbaar ze voor hem was.


Maar zij dan?


Dat leek er niet zo toe te doen.


Zij was gelukkig omdat ze voor haar drie kinderen kon zorgen.


En omdat hij de beste was.


En omdat we toch lekker intiem aan het kletsen waren, vroeg ik:


“Heb je dan na zoveel tijd niet eens behoefte aan een ander?”


“Nee.”


Want hij was de beste.


Ik keek om haar heen.


Naar het bankje.


En zei:


“Je hebt gelijk. Dat zie je zo.”


“Jammer dat hij bezet is.”


Heerlijk dat je zo overtuigd kunt zijn van je geluk.


We gaven elkaar een knuffel.


Ik stak haar nog wat lieve woorden onder de Bible Belt.


En liep met een smile weg.


Een smile die nu nog steeds aanhoudt.


Een smile die hopelijk nooit meer weggaat.


Want wat heb ik van deze dagen geleerd?


Dat ik nog meer stressvolle en bullshitdingen uit mijn leven ga elimineren.


Het leven is te mooi.


Te waardevol.


Te kwetsbaar.


Om het te verdoen met nutteloze discussies, onenigheid of het gelijk krijgen op welk front dan ook.


Ik ga voor geluk.


Voor liefde.


Voor plezier.


Voor de dingen die ertoe doen.


Want je kunt zomaar een bobbeltje voelen.


En ineens staat alles stil.


Dus misschien moeten we niet wachten tot dat gebeurt.


Misschien moeten we nu al wat vaker kiezen voor wat ons gelukkig maakt.


Voor wie ons liefheeft.


Voor wie we zelf liefhebben.


Voor een goed gesprek op een bankje in de zon.


Voor een beetje meer zachtheid.


Voor een beetje meer leven.


En als ik dan toch een keuze mag maken:


ik kies voor het leven.


Met alles erop en eraan.


Inclusief die heerlijke clitoris.


Love, Christina

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page